Opiumvelden

De tweeledige natuur van de opiaten bestaat erin dat ze, aan de ene zijde, in staat zijn om pijn en lijden af te lossen en dat ze aan de andere, langdurige gebruikers in een uitzichtloze staat van verslaving zonder terugkeer kelderen. Opium is tegelijk een remedie en een vergif.

Opiumvelden bestaan in open cultuur in Indië en Turkije en in verborgen plantages in de Oosterse Gouden Halve Maan van Afganistan, Iran en Pakistan en de Gouden Driehoek gevormd door Birma, Laos en Thailand.

De cyclus van de levensreddende en leven-vernietigende papaver somniferum, tussen de romantische bloei en de brutale menselijke interventies door insnijden van de bloembol om de kostbare stof te bevrijden, vertoond een beperkt tijdspan waarin het opiumveld in een onwaarschijnlijke kalme en rustige atmosfeer blijkt te verkeren. Het is dit zeldzame moment, gekoppeld aan de bestaande dualiteiten betreffende opium planten, de paradoxale kwaliteiten van het fotografisch medium zelf en de typische gouden tinten van de orotype dat we uitkozen om, rondom het bestaan van opium velden, een nieuwe surrealistische wereld van gesluierde mysterie te creëren .

De orotypie, een alternatief proces afgeleid van de historische "orotone" werd geëxperimenteerd door Roger Kockaerts sinds 1968. Tegenwoordig integreert dit procedé zich perfect in de beweging van de alternatieve fotografie, opgestart door de digitale revolutie. In haar zoektocht naar een hoge beeldkwaliteit in combinatie met de ongeëvenaarde stabiliteit van de meest ehistorische procedés, heeft de alternatieve fotografie een enorme impact op de fotografische kunstwereld. In deze optiek heeft Roger Kockaerts zijn experimenten van de jaren zestig opgegraven en past hij het orotypieprocedé toe in een reeks beelden waarin de goudtoon een surrealistische sfeer creëert.
Bij het begin van de 20e eeuw bestond een orotone foto uit een positief zilvergelatine beeld op glas, met een aan de rugzijde aangebracht gouden medium, verzegeld in een houten kader. Onder bepaalde lichtomstandigheden schittert de orotoneals een gouden object. Het orotone proces (goldtone, Curt-tone, dorotone), werd niet volledig gedocumenteerd in het verleden. Het is bekend dat verschillende Amerikaanse fotografen (Edward Curtis, Norman Edson, Arthur Pillsbury) het orotone proces gebruikten tussen 1900 en 1920.


Edward S. Curtis (1868-1952) gebruikte de orotone voornamelijk voor een reeks portretten van Noord-Amerikaanse indianen. Hij beschreef zijn orotones meer onder een esthetisch dan een technische hoek. De algemene bibliografie vermeldt dat de goudkleur verkregen werd door aanbrenging van goudbladeren op de achterkant van de zilver-gelatine glasplaat, door een backup met goudverf of met een medium van goudstof en banaanolie. Een commerciële brochure uit 1903 beschrijft dat de drager bestaat uit een combinatie van banaanolie en bronspoeder

In een relatief recente studie (2005) aan het Art Department van de Universiteit van Delaware, onderzocht Richard Stenman een reeks orotone foto's van verschillende fotografen van het begin van de 20e eeuw. De technische analyse werd uitgevoerd met ultraviolet fluorescentie, x-ray fluorescentie (XRF), Fourier-transform infrarood spectroscopie (FTIR), et scanning elektronenmicroscopie gecombineerd met energie-dispersieve röntgen spectroscopie (SEM-EDS). De emulsielaag bestond uit gelatine en / of collodium. In elk van de onderzochte goudkleurige lagen, werd bronspoeder bestaande uit koper en zink gebruikt. Dit bevestigt de decriptie van de Curtis Studio brochure.

De meer recente orotypie maakt gebruik van een chemisch inerte polyester film met een zilver-gelatine-emulsie in plaats van de traditionele fotografische glasplaat. Het positieve beeld wordt behandeld met de standaard archivering technieken. De goudtoon wordt gerealiseerd met behulp van een verguldingsmedium dat brons poeder bevat. De orotypieên kunnen uitgevoerd worden in afmetingen variërend van 4x5 inch tot 105x120cm. Kleine afmetingen zijn over het algemeen gemonteerd en verzegeld op een 100% katoenen papiervel van 320g. Hogere afmetingen worden gemonteerd op een stijve secundaire drager achter een polyester plaat. De orotypes van verschillende afmetingen zijn gemonteerd op 100% cellulose papier van 250 g/m2 van 32x41, 5cm.